Vrijheid
Vanochtend hoorde ik de meester nog met zijn vriend praten aan het ontbijt. Ik ving toevallig op wat ze zeiden: “…die Spartacus met z’n losgeslagen bende, ik hoop dat ze niet langs deze weg komen. Anders ben ik dadelijk geruïneerd…!”
“De Romeinen zijn de machtigste mensen op aarde. Niets kan ons verslaan, zeker niet…”
Waar hadden ze het over? Ik kon niet langer blijven staan om te luisteren, maar als het echt iets belangrijks was zou ik wel geruchten horen. Ze hadden het vast gewoon weer over een nieuwe vijand van Rome, en daar zou ik niks mee te maken krijgen.
Terug in de keuken begon ik borden om te spoelen. Naast mij stond een klein meisje mij te helpen.
“Ze komen ons bevrijden!” piepte ze opgewonden.
“Wie?”
“Spartacus!”
Spartacus! Daar had de meester het ook over!
“Van wie heb je dat gehoord?” vroeg ik.
Het meisje wees naar een vrouw aan de andere kant van de keuken. Fabia. Had altijd de nieuwste nieuwtjes. Ze kreeg ze van Fama zelf, werd er gezegd.
“Weet je nog meer over Spartacus?” vroeg ik het meisje.
“Hij komt ons bevrijden.” herhaalde ze.
Niet dus. Ik zou het dadelijk zelf wel vragen, als ik klaar was met de afwas. Als ik naar de meester liep met de wijn, kon ik best even langs Fabia lopen.
“Het is een groep slaven met gladiatorentraining, onder leiding van Spartacus.” vertelde Fabia me. “Ze zijn met geweld uitgebroken en hebben iedereen in hun omgeving gedood die geen slaaf was. Daarna hebben ze paarden gestolen en hebben alle slaven die ze tegenkwamen bevrijd. Ze hebben zelfs al hele dorpen van de slavernij verlost! Alle slaven zijn met hun meegegaan om nog meer slaven te bevrijden. En waarschijnlijk komen ze onze richting uit.”
Het zou wel weer sterk aangedikt zijn, maar het was dus waar! Opgewonden liep ik de keuken uit, naar de kamer waar mijn meester en zijn vrienden zaten. De kamer keek uit op het voorplein.
Ik schonk wijn in bij een aantal mannen en draaide me weer om om terug naar de keuken te lopen, toen ik ineens een heleboel hoefgetrappel en geschreeuw hoorde buiten. Nieuwsgierig keek ik om en zag dat een groep mensen en paarden het voorplein op renden.
Kwaad sprongen de meester en zijn vrienden op en ze renden de kamer uit, langs mij heen. Ik zag dat een heleboel slaven van de meester het voorplein op renden, naar de groep mensen en paarden. Het hoofd van een vriend van de meester rolde langs en het drong tot me door wat er gebeurde – we werden bevrijd! Ik kon eindelijk terug naar mijn thuisland! Ik liet de wijnkruik vallen en rende ook naar buiten, waar ik het kleine meisje tegenkwam dat mij hielp met de afwas.
“Ik zei het!” riep ze opgewonden. Ik knikte lachend en samen renden we naar de grote groep. De voorsten reden alweer weg.
Met het kleine handje in mijn hand renden we achter de groep van Spartacus aan, op naar de vrijheid!
[Bron: http://home.wanadoo.nl/quidditch, Meer over Spartacus op www.geschiedenisles.web-log.nl]
